|
Amsterdam, maandag 7 juli 2008
Je
ziet ze niet veel meer in Nederland. Vroeger slofte er wel eens eentje
onverstoorbaar door de kamer als je bij mensen op visite was. Of ze zaten in
kleine plastic bakjes met water en een neppalmboompje en kleine steentjes op de
bodem, waarmee ze zo klein als ze waren vreselijk veel kabaal konden schoppen.
Maar sinds het verbod op het houden van exotische huisdieren zijn de meeste
schildpadden toch wel uit de Nederlandse huishoudens verdwenen. Waarbij ik vrees
dat ze massaal op een onbewaakt ogenblik door de plee zijn gespoeld of onder het
mom van terug naar de natuur in de sloot of het weiland achter het huis zijn
gekieperd.
Van de week fietste ik 's morgens erg vroeg over
de Hoge Dijk in Amsterdam Zuidoost. Een erg mooi natuurgebiedje tussen Amsterdam
en Abcoude, vraag me nou niet wat ik daar deed s´morgens om zeven uur dat vertel
ik wel een andere keer, maar het was allemaal in het nette.
Er zitten daar erg veel konijnen, hazen, ganzen, eenden, reigers en allerlei
andere vogels en met de vroege ochtendzon is het een prachtig gezicht om de
koeien en schapen in de weilanden te zien. Helemaal als je een stadsmens bent
zoals ik. Maar op een gegeven moment liep er tot mijn verbazing, midden op de
weg een joekel van een schildpad.
Het was volgens mijn beperkte biologische kennis een waterschildpad en niet zo
een kleintje ook. Ik schatte hem op een centimeter of 25 lang en 10 of 15
centimeter breed. Hij keek net zo verbaasd naar mij als ik naar hem. Hij kroop
een beetje onder zijn schild en met zijn kop gluurde hij een beetje onder dat
schild vandaan om te inspecteren of ik misschien een soort genoot van hem of
haar was. Wat volgens mijn vriendin gezien het tempo van mij goed mogelijk zal
zijn. Ik weet niet hoe goed u op de hoogte bent met de eetgewoontes van
schildpadden maar deze zag er in ieder geval niet uit of hij honger had of erg
veel gebrek leed.
Al leek het me wel een beetje eenzaam zo alleen op de Hoge Dijk. Anton Koolhaas
de schrijver die vele boeken met dieren als hoofdpersoon heeft geschreven zou er
een prachtig verhaal vol eenzaamheid en melancholie over geschreven kunnen
hebben. Maar goed na de eerste begroeting hadden de schildpad en ik elkaar niet
veel meer te melden. Ik fietste door en toen ik een stukje verder was en om keek
zag ik de schildpad rustig door lopen naar de zijkant van de weg, waar hij in
het gras verdween.
Toen ik over mijn ontmoeting vertelde tegen de mensen waarnaar ik onderweg was
waren de opmerkingen van, ik dacht dat jij niet meer dronk, heb ik ook vaak, ik
zie soms olifantjes, was het je oom soms en wat voor kleur had ie, was hij ook
blauw, en meer van dat soort ongein niet van de lucht. Maar elke keer als ik er
langs fiets kijk ik toch even of ik hem weer zie. Maar hij heeft zijn reis
natuurlijk al lang voortgezet, op zoek naar zijn soortgenoten. Mocht hij die
niet vinden dan weet in ieder geval een levend wezen dat hij bestaat. Al zal
hem/haar dat waarschijnlijk in het vinden van een partner niet veel verder
helpen.
Bron: Webregio Amsterdam / Ron Offerman
|